In zijn fictieve zelfportretten zwerft Tonni van Sommeren door een wereld achter het spiegelvlak. Hij monteert zijn eigen hoofd op de lichamen van poserende modellen die hij tegenkomt in bestaande fotografische afbeeldingen uit verschillende media. Afbeeldingen van verleidelijke dames uit de mode- of reclamefotografie, maar ook meer historisch en antropologisch getint materiaal. Archetypische beelden die gebruikt worden om een waar of niet-waar verhaal te vertellen. In zijn geconstrueerde identiteiten refereert hij naar het portret als fictie, als constructie en idealisatie. Wanneer wordt een sjabloon een mens of andersom? 

In his fictional self-portraits, Tonni van Sommeren roams through a world behind the mirror surface. He mounts his own head on the bodies of posing models he encounters in existing photographic images from various media. Images of seductive ladies from fashion or advertising photography, but also more historical and anthropological material. Archetypal images used to tell a true or false story. In his constructed identities he refers to the portrait as fiction, as construction and idealization. When does a template become a person or vice versa?